Het begin
Sinds de middeleeuwen werd er steenkool gevonden in de omgeving van Kerkrade. In de diep uitgesneden oevers van de rivier de Worm werden de eerste kolen gedolven. In latere tijden werd de abdij van Kloosterrade centrum van de locale mijnindustrie.
Toen na de Franse revolutie Napoleon Nederland bezette, nationaliseerde hij de mijnen van de abdij en noemde die vervolgens “Mines Domaniales”. Hieruit ontstond de Domaniale (± 1815-1969).
Al in 1860 en 1861 werden de concessies Willem en Sophia toegekend. Door technische en financiële problemen kwam de mijn Willem-Sophia eerst veel later in productie, maar werd nooit erg groot (1902-1970).

Oranje Nassau

In 1899 waren reeds de eerste kolen bij de Oranje Nassau I gedolven. Daartoe had Sarolea een spoorweg aangelegd tussen Herzogenrath, Heerlen en Sittard (voltooid in 1896).
Bij de Oranje Nassau I (1899-1974) is op 31.12.1974 de laatste Limburgse steenkool naar boven gehaald. In 1899 startte De Honigmann familie de aanleg van hun tweede mijn, Carl. Later werd dat de Oranje Nassau II. Deze ging in 1904 in productie en sloot in 1971. Een jaar later begon de Laura en Vereniging (1905-1968), twee samengevoegde concessies uit 1874 en 1878, met de productie.

Staatsmijnen
Geïnspireerd door het succes van de Honigmann broers wilde de Nederlandse Staat niet achter blijven. Om staatsexploitatie van steenkool mogelijk te maken werd op 1 mei 1902 “Staatsmijnen in Limburg” opgericht. De eerste Staatsmijn, de Wilhelmina, begon met de productie in 1906 om in 1969 de poort te sluiten.
Vlak hierna werd de aanleg van een tweede Staatsmijn bestudeerd en in 1908 begon de aanleg van de Emma. Gelijktijdig werden boringen uitgevoerd voor een derde mijn, de Hendrik. De Emma startte de productie in 1911 (sluiting 1973), de Hendrik in 1915 (sluiting 1963). Eveneens in 1915 begon de aanleg van de schachten van een vierde Staatsmijn, de Maurits, die in 1923 in productie kwam.

verleden1

Teamwork en kameraadschap waren welhaast vanzelfsprekend voor de mijnwerker. De omstandigheden waren veelal zodanig dat je blind op elkaar moest vertrouwen.

verleden2

In de Emma, Hendrik en Maurits bevonden de kolenlagen zich op een grotere diepte dan bij de overige mijnen. Anderzijds was de kool gasrijk en zodoende geschikt voor cokes en gasproductie. Dit heeft uiteindelijk geleid tot grote chemische activiteiten en de latere DSM. De Maurits, de grootste en modernste Limburgse steenkolenmijn sloot in 1967.

Overname Oranje Nassau
Al in 1908 waren de Oranje Nassau mijnen overgenomen door het Franse concern de Wendel. Het concern bezat staalfabrieken en was daarom geïnteresseerd in kolen voor cokes. Met het in productie nemen van de ON III (1917) en ON IV (1927) probeerde de Wendel gasrijke kolenlagen aan te boren. Dat lukte echter niet. De ON III zorgde voor de grootste Oranje Nassau productie en werd in 1973 stil gelegd. De ON IV was toen al enkele jaren dicht (1966). Tegenover de Laura, aan de overkant van de Feldbiss breuk (geologische storing), waar eveneens rijke kolenlagen voorkwamen, was in 1926 de Julia operationeel geworden. Deze mijn kende, evenals de Laura, veel overstromingen en sloot definitief, als voorlaatste Limburgse mijn, in december 1974. In 1954 was nog gestart met een vijfde Staatsmijn, de Beatrix. Na het afdiepen van de schachten werd in 1962 de aanleg gestaakt. Kijk voor meer informatie over deze onderwerpen, verder op deze website.