Woordenregister (dit gedeelte van de website is nog in opbouw)

Acculamp
Afbouwhamer
Afvalstenen
Antraciet

 

Elektrische oplaadbare mijnwerkerslamp voorzien van een accu.
Perslucht aangedreven pneumatische hamer waarmee de kolen werden losgemaakt. 
Afvalprodukt dat vanuit de steenkoolwasserij naar de steenberg werd getransporteerd. 
Magere steenkool die veel warmte ontwikkelt. 

Badgebouw
Benzinelamp 
Bevriesmethode 
Blaaspijler 
Blinde schacht 
Blaaspijler 
Blustoren 
Breukpijler
Briketfabriek
Brikettenpers

 

Gebouw waar men zich na het ondergrondse werk kon wassen. 
Koperen mijnlamp ten behoeve van het meten van mijngas. 
Methode om schachten af te diepen met door middel van bevriezing. 
Ontgonnen pijler die werd opgevuld met afvalstenen. (zie Afvalstenen) 
(zie Opbraak, Neerbraak) 
(zie Vulpijler) 
Toren op de cokesfabriek om de hete cokes te blussen. 
Ontgonnen pijler die men liet instorten. (zie Roven) 
Fabriek waar briketten werden geperst uit kolen. 
Pers waarmee briketten werden geperst. 

Carboon
Cokes 
Cokesfabriek 
Concessie
Cuvelageringen

 

Vijfde periode van het paleozoïcum. Lagen waar bruikbare kolen gedolven werden. 
Steenkool die overblijft na droge distillatie. 
Fabriek waar kolen verwerkt werden tot cokes. (zie Cokes) 
Ontginningsgebied waarvoor men een vergunning van de overheid heeft verkregen. 
Ringen waarmee de schachtwanden werden versterkt.

Dagbouw
De oude man 
Deklagen 

 

Bovengrondse ontginning van erts- en kolenlagen. 
Pijler waar de kolen reeds zijn ontgonnen. 
Bedekkende gesteentelaag. 

Edelslik 
Eierkolen
Esskolen

 

Mengsel van slikhoudende vloeistof en een bepaalde oliesoort als grondstof voor cokes. 
Bestaan uit samengeperste cokes, waarmee kachels gestookt konden worden. 
Kolen met 14 tot 19 gewichtsprocenten vluchtige bestanddelen. 

Fijnkool

 

Deze (poeder)kolensoort werd in de briketfabriek tot briketten verwerkt.

Galerijen
Gaskolen. 
Gasvlamkolen
Glück Auf

 

Ondergrondse toe- en afvoertunnels van en naar de pijlers. 
Kolen met 28 tot 35 gewichtsprocenten vluchtige bestanddelen. 
Kolen met 35 tot 40 gewichtsprocenten vluchtige bestanddelen. 
Mijnwerkersgroet 

Handpijler
Horst
Houwer
Hydraulische stijlen 
Hydraulische wandelondersteuning

 

Een pijler waarin d.m.v. lauter handwerk de kolen werden ontgonnen. 
Een verheffing van de bodem 
Mijnwerker aan het ondergrondse kolenfront. 
Hydraulisch gestuurde stempels ter ondersteuning van het dak van de ontgonnen pijler. 
Hydraulisch bediende machine ter ondersteuning van het dak van de ontgonnen pijler.

Inkolingsproces

 

Omvorming van veenlagen tot steenkool.

Kaartenkamer  
Kap 
Ketelhuis 
Koeltoren 
Koelwater
Koempel 
Koepeschijf
Kolenbreker
Kolenfront
Kolenhak
Kolenlaag
Kolenschaaf
Kolenslik
Kolenwasserij
Kolenwip
Kolenwipper
Kolonieën
Kooi
Koolwinningsplaatsen
Kopijler

 

Kamer waarin alle mijnbouwtechnische kaarten in waren ondergebracht. 
Balk t.b.v. de ondersteuning van het dak van de ontgonnen pijler. 
Gebouw waarin stoomketels van de mijn opgesteld waren. 
Toren voor het koelen van koelwater.
Water waarmee gekoeld werd. 
Zo werden de collega-mijnwerkers genoemd. 
Grote ronde trommel in het ophaalgebouw waarover de kabel van de schachtlift liep. 
Machine die grote brokken kolen tot kleinere stukken breekt. 
Kolenontginningsplaats (zie Pijler)
Pikhouweel maarmee in vroegere tijden de kolen werden losgehakt.
 Laag ontginbare kolen (zie Verdieping) 
Schaaf die m.b.v. kettingen heen en weer getrokken werd en zo de kolen los schraapte. 
Slijk, slib 
Gebouw waarin de kolen werden gewassen. (zie Wasserij) 
Machine waarin een kolenwagen werd omgedraaid en geledigd. 
(zie Kolenwip) 
Woonwijken met mijnwerkershuizen. 
Lift (zie Mijnlift) 
Plaats waar de kolen werden gewonnen. (zie Pijler en Kolenfront) 
Hoogst gelegen eind van de pijler. 

Laadplaats
Lampisterie
Leesband
Leesjongen
Losvloer
Luchtschacht

 

Plaats waar de ontgonnen steenkool in de kolenwagens werd geladen. 
Gebouw waar de mijnlampen werden gevuld (Benzinelamp) og opgeladen (Acculamp). 
lopende band waar door leesjongens stenen tussen de kolen uit werden gehaald. 
Arbeider die aan de leesband stenen tussen de kolen uit haalde. 
Plaats waar de volle kolenwagens geleegd werden. 
Schacht ter voorziening van verse lucht voor het ondergrondse mijngangenstelsel. 

Magerkolen
Magerkoolmijn
Mechanische kolenwinning
Mijnconcessies
Mijnfiets
Mijnlift 
Mijnmeter
Mijnpenning
Mijnpolitie
Mijnschade 
Mijnwerkerswijken
Mijnvader

 

Kolen met 10 tot 14 gewichtsprocenten vluchtige bestanddelen. 
Steenkolenmijn waar magerkolen werden gewonnen. 
Kolenwinning met behulp van machinerie. 
Ontginningsgebied. (zie Concessies) 
Fiets waarmee de mijnwerker zich over het ondergrondse treinspoor kon voortbewegen. 
Lift in de schacht waarmee de mijnwerkers, kolen en materialen in vervoerd werden. 
Mijnwerker belast met meetwerkzaamheden. 
Koperen penning waarin iemands werknummer stond gestanst. 
Ordebewaarders op een mijnzetel. 
Schade (verzakkingen) aan gebouwen en huizen door het laten instorten van pijlers. 
(zie Kolonieën) 
Ervaren mijnwerker die de beginnende mijnwerker begeleidde en wegwijs maakte. 

Neerbraak
Nootjeskolen

 

Naar beneden gedreven tussenschacht tussen een steengang en een kolenlaag. 
Stukjes kolen kleiner dan 5 milimeter. 

Ondergrondse Vakschool (OVS)
Ontkoolde ruimte 
Opbraak
Ophaalmachine
Opzichter
Oude man

 

School ter opleiding van de mijnwerker. 
(zie Oude man) 
Naar boven gedreven tussenschacht tussen een steengang en een kolenlaag. 
Machine ter bediening van de mijnliften. 
Leidinggevende mijnwerker te herkennen aan de witte helm en kleding. 
Ontkoold gebied achter de pijler. 

Perslucht
Personentrein
Pijler 
Poederkool 
Postsleper
Pungel 

 

Gecomprimeerde lucht voor aandrijving van o.a. de afbouwhamer. 
Ondergrondse trein ten behoeve van het personenvervoer 
Kolenontginningsplaats (zie ook Kolenfront) 
Steenkool in de vorm van poeder. Werd gebruikt voor de vervaardiging van Cokes. 
Rang in de mijn. 
Doek waarin de mijnwerker zijn kleren in meedroeg. 

Rekstoring
Roven 

 

Geologische storingsvlakken in de aardlagen. 
Het verwijderen van stutmateriaal in de reeds ontgonnen pijler. 

Schaaf 
Schacht 
Schachtbok 
Schachtkooi 
Schudgoot
Schachttoren
Schiethouwer 
Simpel 
Skip) 
Skipbak  
Skipschacht
Slenk
Sleper 
Slik  
Staatsmijn 
Staatstoezicht op de Mijnen
Steenafval
Steenberg. 
Steengang 
Stijlen
Storing
Stukkolen 

 

(zie kolenschaaf) 
Verticale tunnel waarin de mijnliften zich bevonden. 
Stalen of betonnen bouwerk waarin de schachtwielen of ophaalmachines zijn geplaatst. 
Lift (zie Mijnlift) 
Transportband dat d.m.v. een schuddende beweging kolen transporteerde. 
(zie Schachtbok) 
Mijnwerker belast met opblazen van steenformaties m.b.v. dynamiet. 
Uitloper van een pijler aan de tegenovergestelde kant van een galerij. 
Kolencontainer (zie Skipbak) 
Kolencontainer die tot wel 25 ton kolen kon vervoeren. 
Schacht waarin de skip was geplaatst (zie ook Skip) 
Gezonken deel van de aardkorst waar kolenontginning vrijwel onmogelijk is. 
Rang in de mijn. 
Slijk, Slib (zie Kolenslik) 
Kolenmijn opgericht door de Nederlandse staat. 
Instantie die zich bezig hield met het toezichthouden op de steenkolenmijnen. 
Overgebleven stenen en ander materialen nadat de kolen gewassen waren. 
Berg met steenafval. 
Ondergrondse tunnels van en naar naar de galerijen. 
Stempels ter ondersteuning van het dak van de ontgonnen pijler. 
Geologische verzakking in de aardlagen. (zie Horst, Slenk) 
Stukken steenkool groter dan 110 milimeter. 

Tochtdeur
Turbogenerator
Tussenschacht

 

Deur in een steengang om tocht tegen te gaan. 
Turbine met een daaraan gekoppelde dynamo ter opwekking van stroom. 
Ondergrondse schacht tussen twee verdiepingen.

Verdieping
Vetkolen 
Vetkoolmijn
Vlamkolen 
Vliegas
Voetpijler
Vulpijler

 

Laag ontginbare steenkool. 
Kolen met 19 tot 28 gewichtsprocenten vluchtige bestanddelen. 
Kolenmijn waar alleen vetkolen ontgonnen werden. (zie Vetkool) 
Kolen met méér dan 40 gewichtsprocenten vluchtige bestanddelen. 
Lichte, fijne as die door de schoorsteen ontsnapt 
Laagst gelegen eind van de pijler. 
Ontgonnen pijler die werd opgevuld met afvalstenen. 

Wasserij
Watergalerij
Wentelkoker
Wipper

 

Gebouw waarin de kolen werden gewassen en gezuiverd van steen. 
Galerij die diende voor tijdelijke opslag van het mijnwater. 
Spiraalvormige koker waarin d.m.v. zwaartekracht de kolen werden getransporteerd. 
(zie Kolenwipper of Kolenwip) 

Zeverij
Zware vloeistof 

 

Gebouw waarin de kolen werden gezeefd. 
Vloeistof zwaarder dan water waarin kolen blijven drijven en stenen zinken.