Friedrich Honigmann
De betekenis van Friedrich Honigmann voor de Nederlandse mijnbouw.

Friedrich Honigmann (1841 – 1913) stamde uit een oorspronkelijk uit Mansfeld afkomstig geslacht van mijnbouwers, waarvan diverse leden hun sporen in het Duitse gedeelte van het Worm-mijnbekken verdiend hadden. Zijn pogingen om de watervoerende aardlagen, die op het steenkoolgebergte rusten te doorbreken, waren derhalve van geen vreemde afkomstig. Zijn vader en grootvader hadden al iets dergelijks gedaan. Toen hij in 1893 startte met het afdiepen Van Schacht I (diameter 2,70 m) van de Oranje-Nassau mijn I en ondanks grote tegenspoed, de moed opbracht om schacht II in de onmiddellijke nabijheid volgens dezelfde methode en met een grotere diameter (3,60 m) eveneens te starten, kon hij geen beter bewijs leveren van zijn geloof in de nieuw ontwikkelde methode en zijn doorzettings- vermogen. Na deze geslaagde poging gaf dit meteen de doorstoot tot de ontginning van de gehele Noordwest-vleugel van het Wormbekken op Nederlands gebied, hier genoemd het Geleen-bekken. Onder leiding van Friedrich Honigmann persoonlijk zijn de volgende schachten afgediept:

honigmann

Schacht I 1893 Oranje – Nassau mijn I Heerlen
Schacht II 1894 Oranje – Nassau mijn I Heerlen
Schacht III 1905 Oranje – Nassau mijn I Heerlen
Schacht I 1898 “Carl” Oranje – Nassau mijn II Schaesberg
Schacht II 1899 “Carl” Oranje – Nassau mijn II Schaesberg

Henri Sarolea

Henri Sarolea (Maastricht, 18 januari 1844 – Heerlen, 12 september 1900) was een Nederlands spoorwegaannemer. Na enige jaren in Nederlands-Indië gewerkt te hebben ging Sarolea, een- maal terug in Nederland, in Heerlen wonen. Heerlen was in die tijd een dorp en had geen spoorwegverbinding met omringende plaatsen als Aken, Luik en Maastricht. Sarolea was 42 jaar toen hij in 1886 plannen maakte voor de aanleg van een spoorlijn tussen Herzogenrath, Heerlen, en Sittard. De Nederlandse regering in Den Haag zag in eerste instantie niet veel in plannen om in deze uithoek van het land een spoorlijn te bouwen, maar na veel touwtrekken slaagde Sarolea er toch in om door te zetten. Op 1 januari 1896 werd de spoorlijn plechtig geopend. Een paar jaar ervoor had de Akense industriële- en mijnbouwfamilie Honigmann een concessie gekocht om in de omgeving steenkool te delven. Mogelijkheden om kolen af te voeren waren er niet, omdat Heerlen in die tijd slechts via landwegen en paden te bereiken was. Een nieuwe spoorlijn betekende dat de kolen snel afgevoerd konden worden. Toen bekend werd dat Sarolea in 1893 begon met het aanleggen van de spoorlijn, bedachten de broers Friedriech (1841 – 1913) en Carl Honigmann (1842 – 1903) zich dan ook geen moment. Nu was de tijd aangebroken dat ze de rijke kolenlagen in Heerlen en omstreken konden ontginnen. Slim als ze waren, bouwden Friedrich en Carl hun mijn pal naast de nieuwe spoorlijn. Al snel was ook Sarolea overtuigd van het feit dat deze mijn Heerlen drastisch kon gaan veranderen. Hij werd zelfs lid van de directie van de Oranje-Nassaumijnen, zoals de onderneming van de Honigmann’s heette. Henri Sarolea Lang heeft Sarolea niet kunnen genieten van zijn spoorlijn en de ontwikkeling van de Oranje-Nassau. Hij had een zwak hart en in 1900 werd hem dat fataal. Op 56-jarige leeftijd overleed de man die Heerlen uit haar isolement had gehaald aan een hartstilstand.

Bron: Wikipedia.nl

sarolea